Twee uitgangspunten bij het leren zwemmen
Het hoofdstuk “een beknopte historie” ving aan met het benoemen van twee grondslagen welke met de onderstaande zinnetjes worden neergezet:
- Via het leren zwemmen komen tot drijven
- Via het leren drijven komen tot zwemmen
Deze twee uitgangspunten staan al lang ter discussie. In het huidige Zwem-ABC is zowel het drijven als het zwemmen als examenonderdeel opgenomen. Maar dit zegt niets over de juiste opleidingsweg. Welke grondslag is dan de juiste? In de volgende paragrafen ga ik hier nader op in.
Via het leren zwemmen komen tot drijven
Het is als uitgangspunt niet mogelijk om bij de eerste kennismaking met het water te zwemmen zonder hulpmiddelen. Zonder lesgordel of zwemvest zinkt een leerling direct naar de bodem. Als wij kiezen voor een start via het maken van zwemslagen is een hulpmiddel noodzakelijk. Die zijn beschikbaar in diverse vormen. De bekende lesgordel of “kurk” wordt veel toe
gepast in de zwembaden. Ook zijn diverse soorten zachte of opblaasbare drijvers voor ondersteuning van de armen in omloop. Voor het oefenen van de benen zijn lesplankjes en andere drijvers beschikbaar die kunnen worden vastgepakt. Sinds enige tijd worden ook zwempakjes met ingebouwd drijfvermogen gebruikt en zijn speciaal bedoeld voor zwemles, niet te verwarren met reddingsvesten zoals die toegepast in de watersport.
Op hoofdlijnen ziet deze leerweg er als volgt uit. Met behulp van voldoende drijfmiddelen wordt gestart met het aanleren van een zwemslag. Bij de schoolslag kan het hoofd boven water blijven en vormt dus een logische keuze. Met een plankje of ander hulpmiddel in de handen leert
en oefent de leerling eerst de beenslag. Zodra deze beentechniek voldoende wordt beheerst volgen korte stukjes met de armen erbij. Het op elkaar afstemmen van de armslagen en beenslagen is een volgende stap. En dan komt het moment in zicht dat de leerling kan zwemmen met ondersteuning van een drijfmiddel. Een periode van oefenen volgt waarbij de juiste ademhalingstechniek wordt bijgebracht. De laatste stap is het verminderen van het aantal hulpmiddelen tot de leerling zelfstandig en zonder hulpmiddel kan zwemmen met de schoolslag en een correcte ademhalingstechniek.
De enkelvoudige rugslag past bij de schoolslag. Bij deze slag ligt de leerling op de rug in het water met het gezicht boven. Tijdens het oefenen met een plankje van de schoolbeenslag wordt de enkelvoudige rugslag vaak toegevoegd. Het verdere verloop van het aanleren en oefenen loopt dan synchroon met het aanleren van de schoolslag. Zodra de leerling start met de schoolarmslag zonder plank wordt ook een begin gemaakt met het zwemmen op de rug zonder hoofdsteuntje.
Uiteindelijk zal de leerling zelfstandig een grotere afstand kunnen zwemmen met de schoolslag en enkelvoudige rugslag. Door veel te oefenen ontwikkelt de zwemconditie en neemt het gevoel van veiligheid in het water toe. Maar het Zwem-ABC vergt veel meer dan het kunnen zwemmen van een afstand met technisch juiste zwemslagen. Ook de eerder genoemde golfslagbaden en branding van de zee vergen veel meer bekwaamheid in het water. Het onder water durven gaan zonder angst is in de hiervoor beschreven leergang niet aan bod gekomen. En daarin steekt een dilemma.
Via het leren drijven komen tot zwemmen
Het is als uitgangspunt niet mogelijk om bij de eerste kennismaking met het water te zwemmen zonder hulpmiddelen. Maar lukt het wel om zonder hulpmiddel te leren drijven? Ja en nee!
Zodra een leerling de eerste keer in het water stapt, begeeft het zich in een zeer gevaarlijke omgeving. Al bij een kleine waterdiepte is de kans op verdrinken aanwezig. Dus dient een keuze te worden gemaakt door de leraar. Indien de leraar continue bij de leerling in een één op één situatie aanwezig is kan worden gewerkt zonder hulpmiddelen. Een geoefende leraar, lees de professional, kan met meerdere leerlingen tegelijk werken op een veilige en verantwoorde wijze. Maar omwille van de veiligheid wordt ook bij de e-zwemles-methode via het leren drijven in de beginfase soms een hulpmiddel toegepast. En daarmee worden dus twee verschillende leerwegen via het drijven benoemd welke in de volgende subparagrafen op hoofdlijnen worden beschreven.
Leren drijven zonder hulpmiddelen
De eerste stap in het water is voor de meeste leerlingen een hele grote. Helaas komt het veelvuldig voor dat de ouders, al dan niet bewust, hun kind angst bijbrengen voor het water. Zodra een kruipende zuigeling of stappende peuter richting het water beweegt grijpt de bezorgde ouder in en legt daarmee een basis voor de angst. Een kind kan ook een schokkende gebeurtenis meemaken waardoor die angst ontstaat. Het is dus niet vanzelfsprekend dat een leerling zonder enige schroom in het onbekende zwemwater stapt. Maar met enig beleid en tact is dit best te realiseren.
De basis vergt een goede verkenning van de omgeving en de aanwezige hulp. Laat eerst zien hoe diep het water is door er zelf in te gaan staan en biedt altijd een toegestoken hand om de drempel te nemen. Kies als dat beschikbaar is kniediep water. Zodra de leerling in het water staat volgen het zitten in het water, verdragen van spatten en vervolgens het gezicht nat durven maken. Het aanbevolen kniediepe water is ook geschikt om de leerling op de buik met de handen op de bodem te laten liggen. Weer een stapje verder is het onderdompelen van het gezicht met ingehouden adem. Dan volgt het optillen van de handen met het gezicht in het water zodat de leerling even loskomt van de bodem en drijft. Aansluitend kan het inhouden van de adem en drijven met het hoofd in het water in tijdsduur worden opgevoerd. Zie hier de basis op hoofdlijnen.
Het leren drijven op de rug zonder drijfmiddelen vangt pas aan nadat het kortstondig drijven op de buik wordt beheerst. Het hoe en waarom wordt later uitgelegd in dit boek.
Leren drijven met hulpmiddelen
Het leren drijven zonder hulpmiddelen kan veel tijd vergen. Soms is een leerling te angstig om de eerste drempel te nemen. De beginfase verloopt in het algemeen minder snel dan de
beginnende leraar aanvankelijk verwacht. Daarnaast vormt de beschikbare opleidingstijd wel eens een hindernis. Denk hierbij aan buitenbaden die slechts een deel van het jaar open zijn of de lengte van een vakantie waarin de vaardigheden moeten worden bijgebracht. Maar ook de afwezigheid van ondiep water vormt een steekhoudend argument. Het is mogelijk om de benodigde opleidingsduur te verkorten door drijfmiddelen te gebruiken. Maar dan wel op aangepaste wijze, het drijfmiddel is dan ondersteunend bedoeld om de leerstapjes te bespoedigen en geen hoofddoel. Centraal staat wel dat het gebruiken van drijfmiddelen uit oogpunt van veiligheid is aan te bevelen. Over veiligheid kan veel worden gezegd, dus is er een apart hoofdstuk aan gewijd.
ga naar de volgende pagina... / naar boven
Deze pagina is vervangen op: 27-11-2011
