Zwemwater en Regelgeving

De overzichtelijkheid, diepte en temperatuur van het zwemwater spelen een belangrijke rol voor een goede start van de zwemlessen. Indien u beschikt over een privébad kunt u hierin de eerste lessen verzorgen. Maar al snel zullen de vorderingen van uw kind de behoefte aan een groter bassin doen groeien. In de volgende paragrafen wordt meer informatie verstrekt over het maken van een juiste keuze en de algemene regelgeving voor openbare zwembaden.

Kies het juiste zwemwater

Na het lezen van de vorige hoofdstukken zal het u duidelijk zijn dat het beschikbare zwemwater een belangrijke factor is. Ruw water zoals de zee of langs de oever van een meer is dus niet echt geschikt. In ieder geval dient het water doorzichtig te zijn tot de bodem zodat u alles goed kunt overzien. Ondoorzichtig water is dus uitgesloten, hoe gezond die algen ook mogen zijn. De temperatuur van het water is ook een belangrijke factor. Bij temperaturen onder de twintig graden treedt al snel onderkoeling op en het is niet echt plezierig voor de eerste natte kennismaking. Op uitzonderingen na is natuurlijk buitenwater dus ongeschikt voor uw doel.

Zwembaden bestaan in vele soorten en maten. De meest simpele vorm is het opblaasbare bad in uw achtertuin. De eerste start kan hierin zeker worden gemaakt. Een stapje verder is het gebouwde privébad in uw tuin of bij de buren. Deze bassins zijn vaak wat dieper zodat je er ook echt in kunt zwemmen, voor zwemles is de eerste start wat lastiger. Weer een slag groter vindt u bij de camping en andere vakantieverblijven. Deze bassins zijn vaak speels van vorm en de waterdiepte varieert sterk. Hierin kunt u een goede start maken. Maar let op! Alle hiervoor genoemde baden kunnen een gevaar opleveren als de rand te hoog is. Uw kind moet er wel gemakkelijk in en uit kunnen klimmen. Daarnaast ontbreekt professioneel toezicht wat u dus zelf moet doen.

Het openbare zwembad biedt alle benodigde elementen. De waterdiepten zijn gevarieerd en de badranden zijn veilig. Daarnaast zijn ook vele faciliteiten rond het bassin beschikbaar. Maar bovenal kunt u er zeker van zijn dat de kwaliteit van het water goed is. En er is vakbekwaam toezicht. Alle Nederlandse zwembaden dienen zich te houden aan vele wetgevingen. Het opsommen van het gehele pakket wetgevingen zal ik u besparen en vat ik in de verdere tekst samen als zwembadwet. Iedere bezoeker dient zich aan de zwembadwet te houden. In de volgende paragraaf worden de regels en achtergrond hiervan uiteengezet.

Regelgeving in openbare zwembaden

Over de regelgeving in openbare zwembaden ontstaat in de praktijk regelmatig discussie tussen de bezoeker en de toezichthouder. Onbekendheid met de zwembadwet ligt hieraan keurmerkten grondslag. Die zwembadwet beschrijft zeer nauwkeurig hoe het toezicht moet worden georganiseerd. Bij de entree van het zwembad ziet u meestal een aantal certificaten op een bord of achter een ruit hangen. Een belangrijke is het certificaat “Keurmerk Veilig en Schoon”. Een onafhankelijk instituut is belast met de controle op de juiste handhaving van regelgeving betreffende de veiligheid en hygiëne in de openbare zwembaden. Een zwembad met dit keurmerk hanteert strikte regels die hierna worden toegelicht.

Het aantal toezichthouders hangt samen met het aantal bassins, de waterdiepten en de aanwezigheid van speelobjecten zoals duikplanken en glijbanen. Het management van het zwembad moet een toezichtplan opstellen voor de accommodatie en structureel doorvoeren door vakbekwaam personeel met een taakstelling in te zetten. Op grond van deze taakstelling beschikken de toezichthouders van het zwembad over ruime bevoegdheden voor het handhaven van de orde en veiligheid. Hierover ontstaan wel eens misverstanden. Een verzoek van een toezichthouder is niet vrijblijvend en staat zeker niet ter discussie. U dient zich altijd aan hun opdrachten te houden. En hier wringt soms de schoen. In de zwembadwet staat dat het de diepe bassins met een waterdiepte van 140 centimeter of meer alleen toegankelijk zijn voor voldoende bekwame zwemmers. Deze omschrijving is enigszins vaag omschreven om tegemoet te komen aan volwassen zwemmers zonder diploma. Het bezit van een zwemdiploma is niet verplicht volgens de wet maar wordt door het management meestal toegevoegd als eis in het toezichtplan. In toenemende mate leggen de zwembadexploitanten uniforme regionale regelgeving vast wat weer overstijgende verplichtingen schept. Op hoofdlijnen staat in deze regels dat de toezichthouder beslissingsbevoegd is om het vereiste zwemniveau vast te stellen dat benodigd is voor het diepere bassin. Een volwassene die goed kan zwemmen zonder zwemdiploma zal op basis van het zelfbeschikkingsrecht soms toestemming krijgen. Minderjarige kinderen zijn echter wilsonbekwaam op grond waarvan slechts bij uitzondering toestemming wordt verkregen voor het zwemmen in het diepe. Bij het geven van zwemles is het diepe bassin dus alleen beschikbaar in overleg met de toezichthouder die op grond van zijn taakstelling niet snel zal instemmen. Uit ervaring sprekend zal alleen instemming worden verkregen op zeer rustige momenten waarbij het leskind een bekende moet zijn van de betreffende toezichthouder.

Een tweede belangrijk certificaat is het logo van de NPZ-NRZ. Dit certificaat wordt uitgereikt aan zwembaden die over aantoonbare vakbekwaamheid beschikken om zwemopleidingen en examinering te verzorgen voor het Zwem-ABC. De eisen voor het Zwem-ABC kunt u in dit boek vinden in een apart hoofdstuk. De vakbekwaamheid van de organisatie enpz-nrzn de instructeurs wordt op meerdere wijzen getoetst. De instructeurs dienen te beschikken over de nodige vakdiploma’s. Daarnaast beschikken vele zwembaden over een lesplan waarin staat beschreven hoe het zwemonderwijs wordt georganiseerd. De NPZ-NRZ verstrekt de goedkeuring als de benodigde deskundigheid voldoende kan worden aangetoond. Dit wordt ook regelmatig op actualiteit getoetst door een inspecteur. Het afnemen van de zwemexamens wordt verzorgd door het zwembad maar afgenomen door benoemde examinatoren. Veel zwemonderwijzers zijn ook gecertificeerd examinator. Bij het examen ziet u dus vaak een zweminstructeur van het betreffende zwembad terug in die functie. Het goed vervullen van deze examinatorfunctie en de bijbehorende organisatie van het zwemexamen door het zwembad wordt gecontroleerd door een rapporteur van de NPZ-NRZ.

Voorafgaand aan het echte examen organiseert laat het zwembadteam de kinderen vaak proefzwemmen als onderdeel van de zwemles. Het doel hiervan is het vereiste zwemniveau voor de examenonderdelen te controleren zodat de kans op doubleren tijdens het echte examen minimaal wordt. Bij twijfel zal de instructeur vaak een collega vragen om een oordeel. Net als bij de regelgeving rond het toezicht ontstaat ook hierbij regelmatig discussie tussen de ouders en de instructeurs. Realiseer dat de instructeurs tijdens het proefzwemmen naar de leskinderen kijken door de bril van hun bevoegdheid van de examinator. Het vereiste niveau is van bovenaf vastgelegd en kan niet via de instructeur worden beïnvloed. U kunt het geheel vergelijken met de Cito-toets op de basisschool.

Zwemlesverbod in openbare zwembaden

In het openbare zwembad worden meestal zwemlessen verzorgd door instructeurs die een arbeidsovereenkomst hebben met de exploitant of in dienst zijn van de zwemschool. Sommige baden en zwemscholen proberen hun markt af te schermen door anderen te verbieden zwemles te verzorgen in hun accommodatie. Deze regelgeving is dan vooral bedoeld voor zwemverenigingen die gebruik maken van het zwembad. Daarnaast komt het voor dat particulieren op professionele wijze tegen betaling zwemles willen geven. Ook dit fenomeen is wordt slechts bij uitzondering toegestaan. De laatste jaren is dit beleid aan verandering onderhevig als gevolg van de wetgeving en afspraken tussen de zwembonden en exploitanten.

Iedere ouder heeft echter de bevoegdheid en het recht om de eigen kinderen zwemles te geven. De voorgaande regelgeving is dus niet voor u van toepassing. Wel dient u zich te houden aan de zwembadwet zoals beschreven in de vorige paragraaf. Lesgeven in het bassin tot 140 centimeter diepte is dus zonder meer mogelijk. Lesgeven in het diepe bassin mag alleen na verkregen toestemming van de toezichthouder. Maar na het lezen van dit boek zal blijken dat pas het laatste stukje van het opleidingstraject in diep water zal moeten gebeuren. Het vereiste zwemniveau is dan al zo gevorderd dat de toezichthouder meestal onder voorwaarden zal instemmen.

Gekleed zwemmen

In openbare zwembaden gelden strikte normen voor de te dragen badkleding. De kwaliteit van het zwemwater dient volgens de zwembadwet te voldoen aan strenge normen. De aanwezigheid van een vastgestelde hoeveelheid chloor is er één van. Chloor reageert met alle soorten vervuiling waaronder restanten wasmiddel en wasverzachter die in de vezels van badkleding achterblijven na de wasbeurt in de wasmachine. De vervuiling onder schoenzolen die op straat worden gedragen, reageert nog heftiger. Bij de chemische reactie tussen chloor en vuil in het badwater ontstaat een gas dat we herkennen als de beruchte zwembadlucht. Om deze gasvorming tot een minimum te beperken stellen de zwembaden strenge regels aan de badkleding. Die gaan soms zover dat het dragen van zogeheten bermudazwembroeken en hoofddoekjes worden verboden. Het is dus niet vanzelfsprekend dat u uw kind met kleding anders dan een zwembroek of badpak in het bad mag laten zwemmen. Informeer dus naar de geldende regels en overleg dus vooraf met de toezichthouder of het mogelijk is. Indien u een speciale kledingset samenstelt en deze niet wast in de machine maar uitspoelt met schoon leidingwater zal het zwembad sneller instemmen met uw verzoek om gekleed oefenen toe te staan.

De officiële kledingeisen voor de diploma’s kunt u vinden in het hoofdstuk “Het zwemdiploma”.

ga naar de volgende pagina... / naar boven

Deze pagina is vervangen op: 27-11-2011